Onze weervolf... en andere parasieten

Gestart door Tiago, 18-06-2012 20:00:52

Vorige topic - Volgende topic

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

The Demon

 ;D Meesterlijk weer Tiago  :eusa_clap: :eusa_clap: :eusa_clap:

Groet,
The Demon.


razorx

Werkt verslavend, je verhalen.
Heerlijk om te lezen.

Tiago


Teddy81

Ik weet niet waarom het zo lang heeft moeten duren, maar ik ben pas afgelopen maandag langs deze blog en je meesterlijke verhalen gekomen. Nu lees ik af en toe een stukje van je hersenspinsels en belevingen, en steenvast doen deze leessessies mij grijnzen van plezier.
Doe zo voort.... ;D

Tiago

Ik weet het ook niet!
Maar ik beloof je bij deze dat ik (af en toe) mijn best zal doen, die grijns van je gezicht te schrijven totdat je ROTFLOL bent... of zoiets.

Tiago

#1131
Wees je wel voorzichtig, Tiago, waarschuwde Miep oet Grunn'n, toen we losgooiden in de haven van Funchal, er wordt erg veel wind verwacht...
Miep betrekt haar informatie van de site www.windguru.cz. Een site die ik ooit eens bezocht toen ik erg ongeduldig was – te ongeduldig om de werking ervan te doorgronden. En trouwens, als die site dezelfde voorspellende waarde heeft als mijn Navtex, dan zal er straks in de praktijk geen wind van betekenis zijn. En bovendien, we zitten hier op subtropische breedten, hartje zomer, waar lullen we eigenlijk over?
O.k. het weer was tot nu toe door de bank genomen zwaar klote, maar dat moet toeval geweest zijn.
Nietwaar?

Afijn, op een vrijdag rond noen licht ik het anker...
Hè?
Nee! Geen moment heb ik er bij stilgestaan dat het een slechte dag is om een reis te beginnen, tenminste volgens het bijgeloof onder zeelieden. Twee nachten hebben we in de jachthaven doorgebracht en afgelopen nacht hebben we voor anker gelegen tegenover het strandje. Het briesje dat ons op weg helpt, verandert minimaal achtentachtig keer van sterkte en richting, maar komt nimmer uit het noorden – de hoek waar ze volgens de randapparatuur zitten moet. Ik trek spoedig een T-shirt aan, want de UV-factor staat vandaag naar verluidt op red alert, waarde 11.

Rond middernacht naderen we de westelijke punt van Madeira...
Ik vertel Maria dat de windstilte weldra plaats zal gaan maken voor een noordelijke bries.
Twee tellen later begint het zachtjes te waaien uit het noorden. Zelfvoldaan laat ik me de bewonderende blikken van mijn vrouw aanleunen. Volledigheidshalve vermeld ik nog op docerende toon dat het wel eens lelijk wil tochten rond dit soort hoeken, maar dat het vandaag alleszins meevalt. Ik kon het me ook eigenlijk nauwelijks voorstellen op zo'n kalme zomerdag als vandaag...
Dan valt de wind weg.
Hé, wat is dat nu? Ik dacht toch werkelijk dat de wind ons nou blijvend zou vergezellen tot de Azoren.
Dan, terwijl ik me nog achter het oor zit te krabben, komt er gierend een tram om de hoek zetten en raakt ons vol in de flank. De wenkbrauwen zitten me opeens achter de oren. Althans, daar waar mijn oren tot voor kort zaten – zij liggen nu gebroederlijk tegen elkaar aan in mijn nek. Mijn bovenlip slaat me een bloedneus. Met klapperende konen baan ik mij een weg naar het voordek, teneinde een dubbel rif te steken. Even overweeg ik het grootzeil geheel te strijken. Maar we moeten deze onheilsplek zo snel mogelijk verlaten en dat gaat alleen maar zeilend...
Een enorme golf haalt mij uit deze overpeinzing door me joviaal op de rug te kloppen. Even kijk ik om. Schuimkoppen staren me witheet aan en spugen me ziedend in het gezicht. Zeiknat keer ik terug in de kuip. Maria is benedendeks gegaan. Ik tracht de fluitende wind te overstemmen en brul haar toe dat ze moet blijven zitten en zich vasthouden, en niet proberen om de dingen op te ruimen die als ongeleide projectielen door de kajuit vliegen.
Waarom huil je nu, vraag ik, enigszins van mijn stuk gebracht.
Je bent helemaal door- en doornat, pruilt ze.
Och, dat komt vaker voor.
Ik beloof haar niettemin om, zodra de omstandigheden het toelaten, droge kleren aan te trekken, en wend me opnieuw tot de elementen...

Een half uurtje later zit ik in de kajuit uit te puffen. Ik probeer de natte Klamotten uit te trekken zonder botbreuken op te lopen. Ondertussen oreer ik op kalme toon tegen Maria.
Tsjongejonge, dit is minimaal zeven.
Beaufort, informeert Maria.
Nee, op de schaal van Richter, ben ik snedig. Maar dit is een kwestie van een uur, hooguit. De golven zijn niet hoger dan een meter of twee. Dat betekent dat deze storm erg lokaal is en waarschijnlijk alleen rond de kaap woedt, analyseer ik bekwaam.
Afijn, vier uur later zijn de golven opgelopen tot drie meter en is de windsnelheid met wel een halve knoop afgenomen.
Ik maak gebruik van deze door mij geprognosticeerde "windstilte" door de vlaggenstok, inclusief vlag, uit ons kielzog te hengelen. De metalen sokkel is vermoedelijk al bij de eerste vlaag afgebroken. Tegen de tijd dat ik opmerkte dat ik mijn vlag verspeeld had, raakte ik in diepe rouw gedompeld, totdat ik me opeens herinnerde dat ik de vlaggenstok ooit van een borglijntje heb voorzien. En warempel, daar drijft ze, mijn dappere driekleur. Wat ben ik blij! Borglijntjes zijn namelijk dingen die door mij voornamelijk in gedachten worden aangebracht. Goh, daar zou ik eigenlijk eens een borglijntje moeten bevestigen, denk ik dan. Maar daar blijft het meestal bij.    
Van de volle maan krijg ik eerst tegen het ochtendgloren iets te zien, wanneer sporadisch een scheurtje optreedt in het dikke wolkendek. Rond het middaguur is de wind zodanig in kracht afgenomen dat ik de wacht durf overgeven. Deze jongen gaat een paar uur te kooi.

Zondag is een prachtige dag...
De zon schijnt, er staat een briesje van een knoop of tien. Schiet niet op, temeer daar het briesje exact uit de hoek van de Azoren waait. Maar kniesoor die daar op let. Ik benader het waypoint nu eens over bakboord, dan over stuurboord. Nu ik erover nadenk was deze windrichting exact de voorspelling van die goeroe. Als de wind morgen pal uit het westen waait, moet ik die site misschien toch eens van wat dichterbij bekijken.
Opeens hoor ik een plons in ons kielzog. Ik kijk achterom en zie een grote dorade andermaal opspringen. Warempel, hij (of zij) zit vast aan onze sleeplijn. Eindelijk beet, voor het eerst sinds ons vertrek uit Portugal...
Sorry, sinds ons vertrek vanaf... "het continent". De eilanders wijzen mij er namelijk gedurig op dat dit óók Portugal is.
Ik fotografeer Maria, staande op het achterdek met de dorade in de hand (Maria bedoel ik, want ik heb mijn hande vol aan het fototoestel). Of liever, ik fotografeer de dorade en daarachter ergens gaat Maria schuil.
We zullen er nog twee van dit kaliber vangen vandaag. Dan stoppen we met vissen. We hoeven tenslotte niet meer te vangen dan we kunnen verorberen. En van deze vangst zullen we drie keer goed kunnen eten. In de "caldeirada" (visragout) valt ze overigens wat tegen – droogjes en weinig smaak – maar klaargemaakt als kibbelingen is ze een lekker ding. Ik kan gerust spreken van 'ze' omdat het in alledrie de gevallen om vrouwtjes gaat die vol ovas (kuit) zitten – niet te verwarren met ovos (eieren) of uvas (druiven).
De Portugezen hebben de eigenaardige gewoonte om de vissenkoppen ook te eten. Maria houdt vol, dat er in Lissabon zelfs een viswinkel is welke gespecialiseerd is in koppen. Daar zijn volgens haar heerlijke vissenwangetjes te verkrijgen.
Het wil er bij mij maar slecht in (ik heb het niet over de vissenkoppen maar over het verhaal). Bovendien heb ik het gevoel dat vissenwangetjes ongeveer dezelfde voedingswaarde hebben als het gat van een olifant.
Voor anker bij Caniçal had Maria hengelende al een troepje vis van verschillende pluimage uit het water getrokken, waaronder een flink – ik mag wel zeggen, een duivels flink – rog  (raja maderensis). Als we later de "caldeirada mista" verorberen, speel ik met een wonderlijk rond, hard propje papier in mijn mond.
Geef maar hier, zegt Maria en ze legt het achteloos opzij, terwijl ze een kop leegslurpt.
Ja, alles goed en wel, maar wat was het nou, wil ik weten.
Och, een oogje...
Gadverdamme, Maria! Kun je je koppen niet een beetje houden!?
Ja, ik weet niet, hoor, ik moet dat niet.
Dat wil zeggen, nog niet. Want voordat ik in Portugal arriveerde kon ik me ook niet voorstellen dat ik ooit slakken zou eten. Getverdemme, zeg, het idee alleen al! Maar ja, Maria stopte me die dingen gewoon in de mond...
Mmmm, lekker! Wat is dat?
Maar vissenkoppen, nee, dat is me nog een brug te ver.

's Avonds, als Maria naar bed is, zit ik loom achteroverleunend in de kuip te zingen. Ik realiseer me dat ik van deze kalmte gebruik dien te maken om een uiltje te knappen, maar de sterrenhemel is prachtig en de maan komt op.  A vida è belissima! Ik zing de trage blues. Bij het ochtendgloren kan ik overschakelen op rock 'n roll repertoire, want de wind neemt toe tot boven de twintig knopen.
Wat krijgen we nu weer?

Tiago

Het is maandagmorgen en de westenwind neemt toe tot kracht zes, wakkert gestaag verder aan tot zeven...
Als de windkracht is toegenomen tot acht (36 knopen), begin ik het een beetje benauwd te krijgen.
Waar gaat dit eindigen?
Men heeft op zulke momenten geen idee wat er komen gaat... laat staan, hoelang het gaat duren.
Gelukkig is de golfslag, die in het begin kort en knobbelig was, wat langer geworden, zodat de boot nu tenminste een kans heeft om zich kreunend op te richten, nadat ze van een golf naar beneden is gedonderd. In het begin boorde ze zich in elke volgende golf.
Dat wil niet zeggen dat we het droog houden. Om de drommel niet. Het sterft van de "opstappers". Gelukkig zitten er ook wat "overstappers" tussen... Dat zijn opstappers met teveel wind in de rug.

Om de drie uur moet de kim leeggepompt...
Gisteren had ik de bilgepomp moeten schoonmaken die door vuil en stof verstopt is geraakt. Maar ja, gísteren dacht ik: Dat kan mórgen ook wel.
En inderdaad, dat klopt! Met dien verstande dat het klusje aanmerkelijk onaangenamer is onder deze omstandigheden.
De kim is gecompartimenteerd. Dat betekent dat de compartimenten die niet door de bilgepomp worden bereikt, met de hand leeggeschept respectievelijk –gedweild moeten worden. Een klusje dat Maria vol overgave – en zonder ooit ook maar een klacht te slaken – op zich heeft genomen.
De boot schiet af en toe als een springende walvis schuin bij een hoge golf omhoog het water uit...
Dát is het goede nieuws!
Waar ik me meer zorgen om maak is het néérkomen in het daaropvolgende dal, dat met veel geweld en gekreun (Maria zegt dat het af en toe net lijkt alsof de boot in tweeën gaat breken) gepaard gaat en bovendien een grote aanslag vormt op het staand want.

Wat ook niet bijdraagt aan de goede stemming aan boord is het feit dat ik grieperig ben. Snipverkouden! En bij de geringste beweging staan de laarzen me vol zweet.
Lekkere zomervakantie, zeg!
Het begon al met harde wind en regen bij vertrek uit Portimão, vervolgens waren de kabernossi's (of haileselassi's) niet van de lucht in "De Poort van de Hel", we werden bijkans ontmast, toen we de hoek bij Madeira omsloegen... en nu dit weer.
Ik heb medelijden met Maria. Dat ze nu net een vent moet treffen die zo nodig moet váren. En niet alleen dát, maar die haar bovendien nog voert met verhalen over azuurblauwe baaien, tropische stranden, zwempartijen en wat dies meer zij – om kort te gaan, die haar beelden voorspiegelde die zij zo goed kende van de t.v.-reclame.
Afijn, allemaal illusie!
De harde werkelijkheid is storm. Dit keer zonder regen. Want tussen de wolkpartijen zitten hele stukken blauw en de zon maakt van de hoge golven een wáár spektakel...
De bovenkant van de golven wordt onder de schuimkop namelijk doorschenen, zodat zij lijkt te bestaan uit zuiver mondwater.
Wel wat veel mondwater! Zelfs voor mij!

Het is mijn taak onder meer om de moraal hoog te houden...
Want Maria's zelfvertrouwen is afhankelijk van alles wat ik uitstraal. Op het moment namelijk dat ik even het koppie ontmoedigd laat hangen – in een bui van "Godv..., houdt dit dan nooit op!? – kijkt ze me meteen angstig aan.
Eenmaal komt ze met de suggestie: Maar... kunnen we dan niemand béllen?
Onwillekeurig schiet ik in de lach en is mijn sombere bui alweer overgedreven.
Nee, we kunnen niemand bellen, nee. We kunnen wel proberen om via de radio met iemand in contact te treden. Maar waarom? Om te vragen wat voor weer het daar is? Hahaha! Nee, lieverd, op momenten als deze is het... ieder voor zich. Maar maak je geen zorgen! Overmorgen hebben we Santa Maria in zicht.

Wel, dat zal in de praktijk een paar dagen langer gaan duren, maar...soit, het gaat er nu even om om haar ongerustheid een beetje te temperen.
Ondertussen blijft het een imposant gezicht om op de top van een golf naar beneden te kijken in een onmetelijk dal. Of, indrukwekkender nog, om in dat dal omhoog te kijken bij de immense golf die naderbij komt. Merkwaardig genoeg slagen die golven er toch telkens weer in om onder de boot door te gaan... althans, goeddeels.

En het gaat maar door en houdt niet op...
Het wordt nacht. Ik spoor Maria – tegen beter weten in – aan om wat te gaan slapen. Wáár en vooral hóe moet de arme schat in godsnaam slapen?
Te kooi gaat niet, daar wordt ze meteen weer uitgeflikkerd, en met dit kabaal is het hoegenaamd onmogelijk, een oog dicht te doen...
Nou ja, "onmogelijk"?
Men kan zelfs onder een rijdende trein in slaap sukkelen, als men maar moe genoeg is. Wat dies ook zij, Maria houdt stand.

Rond middernacht word ik uit mijn versufte toestand gewekt door een eigenaardig getik...
Of getik... geklóp is het eigenlijk meer. Ik luister aandachtig. Het klinkt, verdikkeme, alsof het anker zich losgewerkt heeft. Dat is haast onmogelijk, want ik heb de ketting voor vertrek snaarstrak gespannen en haar drie keer rond het tandwiel geslagen.
Wat dies ook zij, ik wil het zekere voor het onzekere nemen: Ik móet naar voren...
Ik ontsteek de deklichten, vier de grootschoot op, negeer de smeekbeden van Maria en werk me in vol ornaat naar voren.
Ja hoor, de ankerketting heeft zich losgewerkt. Nog niet zo ver dat het anker al schade kan aanrichten aan de boeg, maar dat is een kwestie van tijd.
Ik borg de zaak opnieuw en ga nog een paar klusjes bij de mast afwerken, die ik al eerder had willen uitvoeren, maar waarvoor Maria me niet wilde laten gaan.
Maria staat te beven als een rietje in de kajuit, als ik terugkeer in de kuip. Ik grijnslach verontschuldigend. Tja, wat moet je anders?

Het is een lange nacht, met veel zout water – erg veel zout water.
Het wordt ochtend. De wind lijkt even terug te lopen naar kracht zeven. Maar dat is slechts schijn. Als ik opnieuw kijk, zitten we gewoon weer op de oude, vertrouwde kracht acht.
Weet je wat het is? Zelfs windkracht acht went... zodat het op een gegeven moment líjkt dat het minder is gaan waaien.
We krijgen nu ook te maken met booshuien ehhh... hoosbuien...
Vlak voor die buien loopt de windkracht nog verder op. Ín de buien lijkt de wind een beetje af te nemen, maar als vervolgens de zon weer doorbreekt, is het wederom van het oude laken een pak.

Op zeker moment, in de middag – we zitten intussen zesendertig uur in deze storm – ontwaar ik aan stuurboord een strook blauwe lucht die zich lijkt uit te strekken van horizon naar horizon, en aan gene zijde van die strook lijken de wolken zich veel vriendelijker te stapelen dan hier het geval is. Prompt stuur ik daarop aan. En verdomd, na een uur... of anderhalf... neemt de wind opeens af.
Het is afgelopen. Ik kan verdomme wel janken, van vermoeienis en van opluchting. Ik gebied Maria (die gedurende de storm niet aan dek is geweest) om naar buiten te komen. Met de armen om elkaar heen geslagen zitten we genoeglijk in het inmiddels warme zonnetje.
Ik heb je gemist.
Ja, ik jou ook.

Na verloop van tijd glijdt mijn oog weer eens over de randapparatuur...
Hoe is het in godsnaam mogelijk: we klokken windkracht vijf. Het waait gedurig twintig knopen en we hebben het gevoel alsof we in een windstilte terechtgekomen zijn.
Met andere woorden, álles is relatief!
Het is trouwens maar goed ook dat het nog waait, want tot de golven is het allerminst doorgedrongen dat het spel uit is. Met windkracht één of twee zou het leven aan boord nu verschrikkelijk zijn.
Afijn, we leven nog. Ik wend de steven...
Ja, dat had je gedacht, vader. Met deze golfslag is het hoegenaamd onmogelijk om over stag te gaan. Men dient te gijpen. Ik gijp. Het lijkt me namelijk nu wel veilig om weer in de richting van de storm te varen. De depressie zal inmiddels wel voorbijgetrokken zijn...
Ja... níet dus!
Deze depressie lijkt gewoon op de plaats rust te houden. De wind begint onrustbarend toe te nemen...
Maria kijkt me aan: Toch niet wéér, hè!
Ik gijp opnieuw.
Weg hier!
Al kost het me een dag op een verkeerde koers, het kan me niet schelen. Ik wil rust! Nu!
De wind neemt af en we ontspannen weer. We hangen de natte plunje te drogen, strekken de ledematen, nemen een bakje koffie en kijken geamuseerd naar de ondergaande zon.
Einde van een dinsdag.
Hatsjie, zegt Maria.

razorx

Bijna ademloos heb ik je laatste twee posts gelezen. Ik ben graag op water, maar bij zwaar weer vraag je je af waar de limiet van een boot ligt.
Ehh voorbij de limiet kan een echt voorbij zijn. Als je zwaar weer hebt ga je over dat soort zaken denken.
En dan bevond ik me nog op de Noordzee in een redelijk solide schip. Ok de storm was extreem en alles van kots tot meubilair vloog heen en weer.


Ik heb weer genoten van je verhaal. Dank je!

The Demon


UserID6342

Heb persoonlijk helemaal niets met zeilen (wel met motorboten), maar je verhalen waren schitterend Tiago  :eusa_clap: :eusa_clap: :eusa_clap:

Tiago

Tja, en IK heb weer niet zoveel met motoren...
Maar dat had je inmiddels misschien al wel begrepen? Ligt er een beetje aan waarmee je opgegroeid bent, denk ik. En, ik ben opgegroeid op de Friese meren...
Zelfs nog zeilinstructeur geweest, vroeger. Was niet erg lucratief overigens...
Nadat op het einde van elke week mijn barrekening verrekend was met mijn gage, bleef er altijd geld over...
Om bíj te betalen, ja! Haha!
Lag niet alleen aan mijn inneemgedrag trouwens. Ik was destijds nogal vrijgevig. Dus werd ik altijd omringd door "vrienden", 's avonds na werktijd. Jaja, niet alleen de Engelsen hebben... short arms and deep pockets.
Dat laatste zullen alleen de Engelsen zélf niet met mij eens zijn. Die hebben het altijd over "gierige Schotten" en "gierige Hollanders". Dat gaat waarschijnlijk onder het motto "Als je maar hard genoeg schreeuwt over een ander, dan leidt dat wel de aandacht af van jezelf".

Maar ik dwaal weer eens eigenaardig af!
Hoe speel ik dat toch telkens weer klaar?

The Demon

Je hebt een dwaalgeest?  :eusa_think:

Groet,
The Demon.

Tiago


razorx

#1139
Prachtige uitdrukking: Short hands and deep pockets.
Een vraag: Waar is fantasie en wat is werkelijkheid? Of wil je dat juist geheim houden voor je verhaal?

Ik vind het heerlijk om zo nu en dan wat in te typen. Waarom? Doodgewoon om een kromme gedachte vast te leggen. Zeg maar een normale manier van denken, met maar met een klein steekje los. Vervolgens dat door te trekken tot wat extremers. Misschien is dat ook wel het uitvergroten van de werkelijkheid.

Terwijl ik dit typ besef ik dat ik het antwoord vermoedelijk al gegeven heb: Het uitvergroten van de werkelijkheid. Daar gaat het om en dat is de humor. Het leven wordt een opera, dramatisch, maar je kan er wel om lachen.

En blijf doorgaan, want ik lees je onverwachte onderwerpen iedere keer met heel veel plezier!
Lets Rock!