Onze weervolf... en andere parasieten

Gestart door Tiago, 18-06-2012 20:00:52

Vorige topic - Volgende topic

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Misha

Citaat van: Tiago op 01-08-2013 19:19:59
Bestuiving, bedoel je?
Kan 't ook anders dan?
Fellatio heet hier gewoon... stofzuigen!
En dan met traditionele stofzak ?

Of met de Dyson ?
Citaat van: ClaudiaMisha snapt het. :azn:
Citaat van: Marc O. op 16-08-2013 20:42:45Ja, zie je wel, Misha snapt het

Tiago

#1171
Nee, daar is geen zak aan, zo'n Dyson!

Nee, ik ga meer voor de traditionele vrouw, zie je...
In het voorjaar de Grote Beurt bijvoorbeeld. Daarin houd ik de... eh, poot gewoon stijf.
Maar verder zoeken ze het zelf maar lekker uit, hoor...
Zuigen of... nat afnemen?
Dat is deze jongen om 't even!

V70 classic

Citaat van: Misha op 01-08-2013 19:49:07
Citaat van: Tiago op 01-08-2013 19:19:59
Bestuiving, bedoel je?
Kan 't ook anders dan?
Fellatio heet hier gewoon... stofzuigen!
En dan met traditionele stofzak ?

Of met de Dyson ?


Niets zuigt als een Dyson  :eusa_liar:

Volgens moeders dan he  ;D
Het gaat niet om de bestemming,maar de reis ernaar toe.

Tiago

Er zijn momenten dat een man rustig op een mijlpaal plaatsneemt teneinde eens op een rijtje te zetten wat hij totnutoe bereikt heeft...

We laten die man rustig zitten, op z'n paal, de sufferd, en zeilen verder.
Ook omdat dit – gisteren nog zo irenische – plekje vandaag wordt opgeschrikt door een drietal kerels dat onder luidt misbaar het eigen leven riskeert door over de woeste, rotsachtige, Spaanse heuvels te klauteren. Eén van hen heeft een geweer dat hij af en toe afvuurt, een ander draagt een vlag en slaakt rauwe kreten als een Japanse zwaardvechter en een derde, die ik niet kan ontwaren met mijn verrekijker, is ingehuurd om aan één stuk "PUTAAA!!!" te schreeuwen.
Ik ga even voorbij aan de mogelijkheid dat ze hun schoonmoeder van het station halen. Ook schat ik dat er niet een economisch motief (het is immers zondag) schuilgaat achter de struikelpartij door het onherbergzame gebied. Sportief motief dus.
Nu ja, sportief?
Ik vermoed dat het drietal is ingehuurd om wild op te jagen opdat het zich gewillig af laat schieten, een eindje verderop, door een slempend peloton "jagers" dat zich alert en strategisch langs een bosrand in ligstoelen heeft opgesteld, met het jachtgeweer achteloos over de knieën, wachtend tot de gebraden duiven komen aanvliegen...
Een cynische gedachte misschien, maar... ik vrees dat ik gelijk heb.

Een paar mijl verderop laat ik het anker vallen. Het getij is wederom gekanteld en de wind niet sterk genoeg om me verder te brengen.
Alcoutim heet het plaatsje aan Portugese kant van de rivier. Sanlúcar, aan Spaanse kant, heeft twee supermarkten, vertelt het Zweedse echtpaar dat me op de steiger verwelkomt, als ik mijn bijboot afmeer.

In de straten van Sanlúcar kan men een kanon afschieten. Eindelijk zie ik een dame...
Ehh.... supermercado?
Ik blijk een Duitse geënterd te hebben.
Ik sla de straat in die ze me wijst. Op het einde van die straat zie ik gelukkig een man lopen die zijn honden uitlaat.
Supermercado?
English? Dutch? beantwoordt de man mijn vraag met een wedervraag.
Ik blijk op een Vlaming gestuit te zijn.
Een Zweeds echtpaar, een Duitse, een Belg... doch geen Spanjool te bekennen.
Ik ben de winkels voorbij gestevend, zo kom ik te weten.
Niet zo verwonderlijk, vindt de Vlaming, want – primo – we leven nu halfvijf, dus is het nog siësta en – segundo – de winkels worden niet met schreeuwende uithangborden omkranst, zoals "we" dat in België gewend zijn.
Ik laat me gewillig tot Belg naturaliseren, mits hij me vertelt hoe laat de siësta ten einde loopt.

Om vijf uur word ik toegelaten in de Tabaccos, zoals het bordje boven de deur aankondigt...
Ik weersta de verleiding om de specialiteit van het huis te kopen, maar sla ruimhartig rode wijn in. Zestig cent per liter! Ongetwijfeld bocht, maar... ik ben Hollander: plenty slechte gewoontes, het mag alleen niets kosten!

Het was me nooit zo opgevallen, maar wat zijn wij Hollanders lawaaiig...
Ik lig midden op de rivier voor anker, maar hoor op de steiger Hollanders met elkaar converseren, alsof het gesprek woordelijk gevolgd moet kunnen worden aan genezijde. Staaltje van vaderlandse jovialiteit, schat ik. Het is net alsof we met luidruchtigheid willen aantonen dat we te vertrouwen zijn en niets te verbergen hebben.
Toch heb ik die geveinsde openhartigheid liever dan het lijmerige toontje waarop Britten met elkaar converseren. Elk laatste woord van een zin wordt temerig gerekt, alsof ze bang als ouwe wijven zijn, dat een afgebeten lettergreep een ongewenste reactie zal oproepen bij de wederpartij.
Alleen Duitsers heb ik nog niet gehoord.

Een kwartier later zet een Duitser het anker in de grond, op een steenworp afstand...
Waarna onmiddellijk een andere Duitser langszij bij hem afmeert, teneinde mij de rest van de dag te vergasten op geschater dat altijd net iets harder en overdrevener opklinkt dan natuurlijk lijkt. Net alsof ze gevieren alles op alles willen zetten om aan de buitenwereld te tonen: Kijk ons nou toch eens lekker ontspannen en ongedwongen plezier hebben!

Deze misantropische bespiegelingen worden min of meer gekatalyseerd door een zangerige rugpijn die me al dagenlang plaagt en die me als een oude man doet voortbewegen. Omdat ik het moment voel naderen dat een wrakke grijsaard mij z'n looprek aanbiedt, blijf ik zo veel mogelijk aan boord. De ouderdom komt nu eenmaal met gebreken...
Heb ik de laatste jaren bijvoorbeeld net leren leven met het fenomeen 'wijkend tandvlees', kom ik de afgelopen maanden tot de ontdekking dat ik, verdomme, mijn plás haast niet meer kan ophouden. Het is nu zover: als ik moet, dan móet ik ook. Als er enige legitimiteit schuilt in de wijze waarop katers hun territorium afbakenen, dan behoort thans West-Europa mij toe... ik heb het continent volledig omdruppeld! Noem het een lek leertje! Heeft iets met de prostaat te maken. Weet niet precies wat het ding doet, maar het gaat op een gegeven moment vergroten of verkleinen, heb ik wel eens gehoord. Bovendien had mijn vader ook problemen. Zal wel erfelijk zijn dus!
Nu ja, in het uiterste geval leg ik een permanente verbinding aan tussen mezelf en een zelflozer.
Mind over matter! Zo was het tot nu toe. Het lichaam was als een hond, die slaafs en kruiperig mijn bevelen opvolgde. Lig! Zit!
Langzaamaan verandert mijn lijf in een kat...
Wat ik daarmee bedoel?
Zeg maar eens tegen een kat: Zit! of Lig! En kijk dan, hoe ie reageert!

De getijstromen zijn hier overigens de enige maritieme invloed...
De temperaturen zijn die van het vasteland: overdag aangenaam, maar 's nachts bitter koud. Zodra de zon onder is, holt de thermometer omlaag.
Ik sukkel kalmpjes op het fokje verder de rivier op. Een paar keer krijg ik bijna een hartverzakking, wanneer een schaap, dat al aan de rand van de afgrond lijkt te staan, op een nonchalante zondagmiddagmanier nog een stukje verder omlaag kuiert omdat er op het puntje van de klif nog een klavertje te verschalken valt.
Als ik vannacht niet kan slapen, ga ik geen schapen tellen. Zit ik meteen rechtop in bed.

Het begint te miezeren...
Gauw zet ik de spijker in de grond, sluit ik de luiken, ontsteek ik mijn kacheltje, kook ik soep en pak ik een boek. Buiten tingeltangelen de schaapsbellen op de hergbelling... ehhh, berghelling (okee, okee... ook een wijntje gepakt, ja).
Ik lig ter hoogte van een stuwdam. Prachtig, die ruisende, verlichte watervallen. Alleen, door dat geluid moet ik wél om de andere haverklap... de geit versteken (een joekel van een frisisme, vrees ik).

Buiten in het gangboord, met één hand om een stag en één hand om... ehh, mijn vaste vriend, heb ik uitzicht op... wat zich later zal ontpoppen als... mijn Ithaka, alwaar de lieflijke Penelope geduldig op me wacht...
En wat doe ik?
Ik sta nietsvermoedend te... druppelen.

UserID6342


volvobug

Handtekening? 85011806 en Saffronie.

Tiago

#1176
U wil dat misschien niet voetstoots van me aannemen, maar tóch zijn er nog altijd mensen die menen dat wat ik deed, trossen los en de zeeën bezeilen, een gebakken eitje was. Ja, dat het tijdloze, pulserende bestaan van eb en vloed, zon en maan, één groot feest was...
Hahaha!
Nou, lieve lezers, ik kan u bij deze verzekeren... die mensen hebben hélemaal gelijk!

De collega's bij de professionele dienstverlener waar ik het laatst werkte, deden soms denken aan John uit die soepreclame...
Weet u nog?
"Mijn naam is John, ik ben manager". Haha!
Ja, ze waren af en toe een karikatuur van die John. Ik dreigde steeds weer in de lach te schieten om de gemaaktheid, de onechtheid van het gedrag om me heen.
Tenminste, dat dácht ik...
Dat het allemaal spel was, meen ik. Het meest beangstigende was misschien wel, dat ze dat zelf niet helemaal zo zagen, en soms... helemaal niet. Ze leefden zich zo in in de rol die ze speelden, dat ze die rol niet meer van zichzelf onderscheidden... of andersom.
Te vermoeiend kennelijk.
Zoals undercoveragenten soms niet meer los schijnen te kunnen komen van het criminele milieu waarin ze geïnfiltreerd zijn.

Ik herinner me trouwens nog een soepreclame...
Iemand die al telefonerend een bedrijfskantine binnenwandelt, een Nederlands keuvelend dat geen Nederlands meer ís, zó doordesemd is het met Engelse termen.
Kortom, managementtaal!
De man onderbreekt zijn koeterwaals door in ontwapenend, onvervalst Hollands aan de kantinejuffrouw te vragen: "Ehh, mag ik ook zo'n kop snert?"
Iets dergelijks was 't.
Daarna gaat ie verder aan de telefoon: "Het lijkt me simply smart dat we na mijn break even levelen." Of zoiets.
Het lijkt een parodie, maar... dat ís het niet! Het is uit het leven gegrepen. Dat is te zeggen, dát leven.

Het schijnt zo te zijn, dat Amerikaanse soaps zo genoemd worden omdat ze oorspronkelijk reclamefilmpjes waren voor zeep. Ik vind om die reden dat een Nederlandse soap een "soep" moet heten, als eerbetoon aan die fantastische soepreclames.

Toen ik overigens een keer - half geërgerd - uitriep, dat sommigen niet meer in staat zijn om een volle zin in hun moers taal uit hun strot te wringen, kreeg ik prompt voor mijn kiezen: Moet jíj nodig zeggen!
Haha, touché!
Diezelfde onnozelheid zorgde er trouwens voor dat ik op een gegeven moment langs mijn neus weg vroeg, wat nou eigenlijk de missie was van het bedrijf waarvoor ik werkte...
Geld verdienen, luidde het antwoord.
Ja, luister eens, geld is een erg leuke bijkómstigheid, maar... kan natuurlijk nooit een doel op zich zijn... Toch?
Men wisselde blikken uit, die zoveel leken te beduiden als: Díe moet nog véél leren!

Achteraf bezien is dát misschien de waterscheiding geweest, denk ik, mijn passie voor werk was passé.
Was het anders gelopen, dan had ik nu niet...

...Ossie aan boord kunnen noden voor koffie...

Tiago

#1177
Ossie helpt me om af te meren aan een boei...
Hij stelt me gerust dat ze abso-bloody-lutely free zijn, als hij de Hollandse twijfel in mijn ogen leest. Anderzijds is het ook weer niet de bedoeling, je boot aan een meerboei vast te maken en vervolgens een halfjaar terug te gaan naar je land, zoals hij eens iemand heeft zien doen...
Dat is wel erg bot, kijkt hij me vermanend aan.
En erg Hollands, lach ik.

Ossie legt uit dat er hier geen winkels zijn...
Er komt om de andere dag een bakker en wekelijks een vis- of groenteboer, maar dat is het dan ook wel...
Laatst was er hier een Hollander, vertelt hij, die me vroeg waar de bank en de winkels waren.
Ossie had geantwoord: geen bank, geen winkels! Die gast was 'm meteen weer gepeerd.
Dat moet een westerling geweest zijn, discrimineer ik ongegeneerd.

Het afgemeerd liggen aan een boei bevalt me maar matig...
Bij het kantelen van het getij (dat zich hier, bijna vijftig kilometer landinwaarts, nog nadrukkelijk laat gelden) is het boei-boei-boei tegen de boeg en met de bijna-schipbreuk van vorige week nog vers in het geheugen, is dat niet bevorderlijk voor een ongestoorde nachtrust.
Een Frans stel dat aan een steiger lag afgemeerd en waarmee ik nog niet heb kunnen kennismaken, trekt de volgende morgen verder de rivier op. Enerzijds vind ik dat spijtig, want ik heb een stapel uitgelezen boeken die ik met hen had willen ruilen, maar anderzijds ben ik in mijn knollentuin met de vrije plek die ze achterlaten, zodat ik kan afmeren.
Ik realiseer me dat Ossie niet onder de indruk zal zijn van mijn karaktervastheid. Gisteren heb ik namelijk nog vurig zitten beweren dat ik liever voor anker lig (of aan een meerboei), dan aan de vaste wal.
Daar voel ik me zo vast, had ik hooghartig de vrijbuiter uitgehangen.
Inmiddels lig ik dus wel degelijk aan de vaste wal.

Intussen is het Zweedse stel, dat ik in Sanlúcar trof, afgemeerd aan de overkant...
Ik vaar met de bijboot over, drink er een biertje.
Het stel verkeert al sinds 1978 op het water, hebben jaren doorgebracht in de Carieb, maar hebben het helemaal gevonden op deze rivier, want...
Dit hier is uniek, beweren ze vol vuur, dit vindt men nergens meer! Echt niet!

's Avonds slenter ik door de straatjes... nee, paadjes van Pomarão...
Ik ben de enige levende ziel op straat... ehh, pad. Afgezien van een enkele lantaarn – en de bijna volle maan – is er nergens licht te bekennen. Door de kleine vensters van de bouwseltjes valt geen sprankje naar buiten. Ademloos bekijk ik de witte nederzettinkjes die hier en daar uit de rotswand zelf lijken te groeien, zo één zijn ze met hun omgeving.
Plotseling kan ik het vaag bekende gevoel waarmee ik rondslenter thuisbrengen. Hetzelfde gevoel had ik in de verlaten, middeleeuwse indiaanse nederzettinkjes in Arizona en Colorado, die geur van besef, hoe één die stammen waren met de natuur en hoe eenvoudig ze leefden, verzoend met het naakte bestaan...
Diezelfde zoete geur ligt ook over dit dorpje, vredig en bescheiden ingebed in het universum.
Straks, terug op mijn boot, gaan we eens rustig naar de maan zitten kijken... Pomarão en ik samen.  

Tiago

#1178
Ik verstond destijds nog geen woord Portugees, maar had het gevoel dat ik de fado's die de mannen op een zonnige zondagmiddag op het terras voor het dorpshuis beurtelings inzetten, bijna woordelijk verstond – met dien verstande dat mijn gehoororgaan voor de gelegenheid tussen mijn ribben zetelde...
De welluidendste van het stel was de enige die erbij was gaan zitten, terwijl zijn kameraden om hem heen stonden. Hij werd soms onderbroken door een vrouw die een vijftigtal meters verderop af en toe de straat oprende, hem een paar woorden toeschreeuwde en dan weer in huis verdween.
Het leek wel een koekoeksklok...

Op een gegeven moment echter kwam dat vogeltje los van haar klok en beende gedecideerd naar ons zonnige terras, teneinde onze fadozanger helemaal stijf te vloeken...
Er was geen woord Frans bij. Niettemin kon ik ook deze schermutseling bijna woordelijk volgen. De man sprong in de houding en werd door de kijvende kenau naar huis gedreven, zoals een afgedwaald schaap door de herdershond naar de kudde teruggeblaft wordt.
Zodra Xantippe buiten gehoorsafstand was, begon het resterende stel heldhaftig te grinniken en het lbekende gebaar van gebrande vingers te maken.
Na een steelse blik over mijn schouder durfde ik ook meedoen.  

De overgebleven mannen poogden opnieuw enkele liederen in te zetten, maar de passie was verdwenen. Net alsof een mislukte liefde opeens niet meer zo erg leek na het snerpende huwelijkstafereel van zojuist... de snik was in ieder geval uit de stem verdwenen.
Men zette zich aan het kaartspel.

Er arriveerde een man met een banjo...
Hij geloofde zijn ogen niet (hetgeen hem vermoedelijk vaker gebeurde, gezien de dikte van zijn brillenglazen) toen hij er niet in slaagde, de mannen muzikaal te verleiden tot het bezingen van een verloren liefde.
Teleurgesteld liet hij de kaartspelende mannen de kaartspelende mannen, monsterde mij door zijn jampotjes en besloot tot het inzetten van Nat King Cole's Mona Lisa...
Kijk, dán wil ondergetekende wel zingen!
In één moeite door ontnam ik daarmee de muzikant het gevoel dat de muze hem voorgoed verlaten had. Gerustgesteld ging hij dan ook door met enkele Dylan songs en via enkele evergreens van de Beatles belandden we uiteindelijk uit volle borst meestampend bij Oh, Susanna...

Tiago

Zeilvrienden (daar zijn ze weer) hebben me per sms laten weten dat men een schitterende wandeling kan maken langs een verdwenen spoorlijntje. Zaklamp meenemen, luidde het advies, want het is sterfdonker in de tunnels. Ik leen zo'n ding van Ossie en vanwege de hevige regenval de laatste tijd besluit ik mijn schoeisel te verruilen voor laarzen.
Een wijze beslissing zal later blijken.
Bij het verlaten van de eerste tunnel zie ik Maria.. nee, wacht even met mijn heiligverklaring ... zie ik Maria (die samen met haar man José het dorpshuis drijft) en haar moeder Teresa gehurkt op platte stenen in een bergstroompje de was doen.
Ik sta paf. Hoezo wasmachines? Zij doen de was zoals mensen dat duizenden jaren geleden ook deden. Nou ja, mensen, vrouwen!
Oeps, dat komt er even anders uit dan ik het bedoel. Ik meen natuurlijk (de vrouwelijke lezer heeft dat allang begrepen) dat mannen op de cruciale momenten altijd hoofdpijn voorwenden.
Vertederd slenter ik verder. De spoorbrug die het riviertje ooit overbrugde, is verdwenen. Ik kijk langs de steile wanden naar beneden en zie dat de situatie hopeloos is. Doch, als ik op mijn schreden terugkeer, ontdek ik een minuscuul paadje dat naar de rivierbedding voert. Van steen naar steen springend bereik ik de overkant. Ik draai me om, want het kabbelende water heeft mijn blaas wakker gemaakt. Ik heb de gulp al open, maar herinner me nog net op tijd de wasvrouwen stroomafwaarts en wend me fluks tot het struikgewas. Ik wil geen slachtoffers.
Deze hindernis blijkt slechts een klein voorproefje van de ontberingen die me nog te wachten staan. Verderop krijg ik spijt dat ik m'n klewang thuisgelaten heb, want ik moet me echt een weg door het geboomte vechten om de volgende spoortunnel te bereiken, terwijl ik tot aan de enkels door het water waad. Als het de afgelopen tijd nog meer geregend had, had ik kunnen gaan white water raften door de tunnels.
Ik overdrijf. Sorry! Doe ik anders nooit.
Deze tunnel is langer dan de vorige en pikkedonker. Onderweg kom ik spookachtige witte cirkels tegen in het midden van de tunnel. Dit riekt naar mensenhanden, want de natuur kent geen perfecte cirkels, net zomin als rechte lijnen. Dat zijn menselijke vindingen. Ik ga dan ook met een wijde boog om de mysterieuze cirkels heen.
Bij de volgende tunnel heb ik inmiddels bedacht dat een steen in een vijver perfecte cirkels maakt. Ik moet dus een beetje oppassen met mijn beweringen over de natuur. Ik trek mijn postulaat omtrent rechte lijnen bij deze derhalve ook haastig in. De volgende witte cirkel onderwerp ik aan een globaal onderzoek. Ik krijg een ingeving en kijk omhoog. Aha, een luchtkoker, keurig opgemetseld. Door de koker in de berg valt er enig daglicht op de bodem van de tunnel. Vandaar de witte cirkels. Eureka!
Als ik me opnieuw door struikgewas, wortelend in zompige bodem, naar een tunnelingang vecht, schiet de gedachte aan slangen even door mijn hoofd. sjips! Had ik beter niet kunnen doen. Nu lijkt ieder takje onder het wateroppervlak meteen op een kronkelende slang. Bij het verlaten van enkele tunnels rond ik enorme bergen schijt. Nogmaals sjips! Durf niet omhoog te kijken en mijn zaklamp te richten, maar ik weet drommels goed waar die stront vandaan komt. Hoe komt het trouwens dat vleermuizen, die beweerdelijk zo blind zijn als een mol, altijd feilloos en trefzeker de donkere spelonken weten te vinden?
Buiten zie ik een dorpje tegen gindse heuvel. Na een paar honderd meter blijkt ginds helemaal niet zo ginds, want het is een bijennederzetting. Eén van de hokjes is vernield. Ik hoop dat die bijen mij niet aanzien voor de dader. Ik haal opgelucht adem wanneer ik de laatste tunnel gehad heb en langs het weggetje kom te slenteren dat terug naar Pomarão slingert.
Nee, ik ben niet zo'n landrot meer. Er kan van alles gebeuren. Met slangen, vleermuizen, heksenkringen, bijen. Toegegeven, het zijn allemaal ingebeelde angsten, maar toch.
Langs de kant van de weg zit een herder. Ik wens hem goedemiddag. Zover gaat mijn Portugees nog net. De schapen tingeltangelen langs de berghelling en de honden happen speels naar mijn edele delen. Pastorale taferelen, kortom.
Ik geniet van het prachtige landschap. De zon staat laag en geeft de glooiende hellingen een feeërieke aanblik. Of het komt door de hete zomerzon, die beweerdelijk alle groen omtovert in bruin, of door de vele schaapskudden, dat weet ik niet, maar Alentejo heeft een open landschap – d.w.z. slechts hier en daar een boom.
Er komt me een busje op de hielen. Behoedzaam zoek ik de berm op. Verrek, een Hollander. De Hollander steekt een hand op en rijdt verder. Nou zeg. Heeft zeker mijn kenteken gemist. Ach, hoe moet die man ook weten dat ik een landgenoot ben.
Terug in Pomarão been ik in één moeite door naar de open plek waar het busje geparkeerd staat. Ik maak kennis met Frans, een Amsterdammer. Het busje blijkt zijn huis dat 's zomers in Scandinavië staat en 's winters in deze contreien. Aardige vent. Zijn accent klinkt zelfs door in zijn Engels (fèèftien minnuts). Ik raak met hem in gesprek over de aardige mensen in deze contreien, maar Frans wenst daar toch een kanttekening bij te maken. Tegenover dieren zijn ze weinig gevoelig, vindt hij. Hij heeft gelijk. Er is een hond die langs de weg in een onooglijk hokje aan de ketting ligt, bijvoorbeeld. Bewaakt niets, heeft geen functie, maar zit daar niettemin dag in dag uit zijn leven uit te zitten.
Zelf moet ik even denken aan de visserman die elke morgen onder mijn ogen zijn vangst vers houdt door de vissen aan een touwtje te rijgen. Hij steekt het door een kieuw naar binnen en door de bek naar buiten. Vervolgens laat hij de vissen terug in de rivier zakken. Ongevoelig zijn ze niet voor deze behandeling, want als de mannen arriveren die de vissen komen ophalen, wordt de helft levenloos in de rivier gedumpt. De vissen, meen ik.
Moorse invloeden, vertelt Frans, liggen ten grondslag aan de achteloze wijze waarop men met dieren omgaat. Moet ik veronderstellen dat men in Afrika in deze van nature wreder is dan in Europa, vraag ik hem. Hij kijkt me aan alsof ik van een andere planeet kom: absoluut!
Daar wil ik nog wel eens een boom over opzetten. Men zou immers ook kunnen stellen dat men in Europa hypocrieter is op dat gebied en het beulswerk heeft uitbesteed aan enkelen. 
Enkele dagen later rijd ik met Frans mee naar Beja om mijn voorraden aan te zuiveren. We doorkruisen een prachtig landschap met schitterende haciënda's, maar ook met povere, schilderachtige nederzettingen. Wanneer we een schaapskudde passeren en ik hem wijs op de honden die vel over been lijken, legt Frans uit dat honden trouwer zijn naarmate men ze slechter behandelt. Daar moet ik over nadenken.
Na terugkomst strijk ik bij Ossie neer voor een biertje. Met de laatste slok besluit ik hem te verrassen met een fraaie Engelse uitdrukking: That one went down without touching the sides. Ossie, die zijn biertje inmiddels ook op heeft, countert likkebaardend met: Mine went down without even looking at them.
Tja, er zijn altijd bazen boven bazen.
Maar waar ik van achterover sla, is zijn opmerking dat hijzelf en ik veel te nice zijn om in de smaak te vallen bij vrouwen. Als ik hem vertel van Frans' verhaal over de honden (dat ze trouwer zijn naarmate men ze slechter behandelt), zegt hij zonder met de ogen te knipperen: Same thing!
Ik ben nog even niet zover, maar wel moet ik onwillekeurig eraan denken, hoe sommige vrouwen zich laten uitkafferen door manlief bij bijvoorbeeld aanlegmanoeuvres in de jachthaven. Zou ík toch echt niet pikken...
Maar ja, wie ben ik?
Niet een vrouw in elk geval.

Tiago

#1180
O ja, was er laatst niet iemand die me "betichtte" van vluchtgedrag?
Ik had me - als ik 't me goed herinner - op (de verbetering van) mijn huis moeten storten, in plaats van het zeegat uit te trekken, want vluchtgedrag... "dat is niet goed".

Ik antwoordde toen dat ik daarover nog weleens een boom wilde opzetten, maar misschien moeten we eerst onze definities even naast elkaar leggen...
Of misschien is "vluchtgedrag" voor iedereen wat anders? De een trekt zich in zijn schulp terug (en gaat die lopen verbouwen), de ander trekt de wijde wereld in, teneinde het geluk te vinden.

Niet dat ik de behoefte gevoel, me te rechtvaardigen, hoor! Men mag alles over me roepen. Ik vraag me alleen af of boude beweringen over een ander in sommige gevallen niet meer zeggen over degene die ze afvuurt.

Maar goed, ik vertoonde dus vluchtgedrag...
Mijn ouders gingen kort na elkaar dood, mijn vrouw ging er met "mijn beste vriend" vandoor en mijn werk - ooit het middelpunt van mijn leven - gaf me... braakneigingen. Geen kinderen, dus de ruimte die ik opeens - voor het eerst in mijn leven eigenlijk - om me heen voelde, was... duizelingwekkend. Ik kon bij wijze van spreken op de Noordpool gaan wonen, of in Verweggistan, zonder dat er een haan naar zou kraaien, als u voelt wat ik bedoel.

Een andere vrouw zoeken, zegt u?
Ik werd nog liever homo!
Nou ja... bij wijze van spreken dan, hè!
In ieder geval kwam het in die periode op mij zo over dat het vrouwelijk volksdeel uiteenviel in twee groepen: Domme gansjes, die menen dat een flinke laag make-up voldoende is om "het te maken in het leven " (= een rijke vent aan de haak slaan), hetgeen - gek genoeg - 9 op de 10 keer nog klopt ook (maar dat zegt misschien meer over de gemiddelde rijke vent), en anderzijds de fletse "leggings", die zich er hoegenaamd niet om bekommeren hoe ze eruit zien, omdat ze er (terecht of ten onrechte) vanuit gaan dat hun intrinsieke waarde wel voldoende is...

Wat zegt u? "Boude beweringen"?
Haha, touché!
Maar u begrijpt misschien ook, dat ik destijds niet helemaal jofel in mijn vel zat. Wat dies ook zij, voor deze jongen géén dom gansje, zolang men diepgaandere gesprekken kan voeren met zijn opblaaspop. En voor ondergetekende ook geen... ehh, zelfingenomen slons...
Hè?
Een opgeblazen pop, ja! Haha!

Maar... een eenvoudige vrouw met klasse? No way, José!
Ík kwam ze niet tegen in ieder geval! Ook niet zo gezocht misschien!
Maar wat ik maar zeggen wil, ik beken het ten laste gelegde...
Ik heb alle huizen achter me verbrand en vervolgens... nou, tabee dan!
Een plan?
Welnee!
Spijt?
Geen haar op mijn hoofd, zeg! Deze bootvluchteling zeilde zijn gelukkigste jaren tegemoet en... de liefde van zijn leven... Maria, the most beautiful things of the world in a single word...

Misha

Eigenlijk zijn deze columns ook een soort van vluchtgedrag denk ik.. :eusa_think:
Citaat van: ClaudiaMisha snapt het. :azn:
Citaat van: Marc O. op 16-08-2013 20:42:45Ja, zie je wel, Misha snapt het

Tiago

Klopt, Misha!
Een vlucht voor bijvoorbeeld het boek dat ik eigenlijk moet schrijven...

volvobug

Citaat van: Tiago op 09-08-2013 14:03:38
Klopt, Misha!
Een vlucht voor bijvoorbeeld het boek dat ik eigenlijk moet schrijven...
Valt wel mee Tiago. Dit topic afdrukken, inbinden en voilá!
Handtekening? 85011806 en Saffronie.

Tiago

Wááraan precies herkent men een vrouw met klasse, hoor ik u vragen...

Nu ja, om te beginnen moet ze natuurlijk schoon op zichzelf zijn. En zulks is vrij eenvoudig vast te stellen...

Men neme het te bestuderen exemplaar de allereerste keer mee naar een uitstekend restaurant.
En, nadat ze later in bed, tot op het merg uitgeput doch gillend verzadigd, in uw armen in slaap is gevallen (ja, zo'n Big Mac-menu hakt er wel in natuurlijk), neme men een viltstift en zette op enkele strategische punten een kruisje. Een kruisje achter het oor bijvoorbeeld, een bolletje in haar nek, een kruisje in de bilnaad en eentje op de spatlap... ehh, pardon, ik zat even aan onze Volf te denken vóór ik 'm de wasstraat in rijd... Ik bedoel natuurlijk de binnenste schaamlip, maar... dat had u vast al begrepen.

Welnu, staan die kruisjes er na - pak 'm beet - zes jaar nog, dan diene men die prille liefde in de kiem te smoren... Zonder pardon! Een kattenbelletje achterlaten, aan een punaise bijvoorbeeld, op haar voorhoofd, is door de bank genomen voldoende...
Wablief?
Wat als de kruisjes bijna niet meer leesbaar zijn, vraagt u?
Het spijt me! Voor sentimentaliteit is in dergelijke situaties echt geen plaats! Geen gesnotter, dumpen die hap! Ja, anders gaat u maar, hoor! Dáár is het gat van de deur! Dit is een cursus voor gevorderden tenslotte...

Excuus voor de interruptie! Waar waren we gebleven? O ja...
Zijn de kruisjes evenwel uitgewist (of tenminste goeddeels), dan kan u verdergaan met een gedurende miljoenen jaren van evolutie in het laboratorium vervolmaakte, beproefde wetenschappelijke test... ware het niet dat ik die eerst nog even moet gaan zitten bedenken...

Ehh... geef me vijf minuten!