diagnose info HU1205

Gestart door tackle, 08-09-2013 11:57:41

Vorige topic - Volgende topic

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

tackle

Ik kwam dit op het net tegen. Bron is onbekend, maar schijnt allemaal te werken.
Misschien dat iemand er iets aan heeft.
Anders mag ie in de prullenbak.


Was al ooit de diagnose-info voor de HU-1205 voorbij gekomen?



Diagnosefuncties Audio HU1205 (audiomodule)
Algemeen
De audio-eenheid is niet aangesloten op de diagnose-aansluiting in de auto.
Alle diagnoses en andere instellingen worden direct geregeld door menu's in het display op Audio HU1205. Diagnosefuncties worden geactiveerd met behulp van de knoppen (donker in de afbeelding links) op het voorpaneel.
Storingscodes
Er kunnen 6 storingscodes worden opgeslagen in audio-eenheid HU 1205. Het audiosysteem / navigatiesysteem kan interne en externe storingen waarnemen. De volgende storingscodes kunnen worden opgeslagen: AUM-1000 Memorycontrol, AUM-2000 CD-servo, AUM-2100 CD-eenheid, AUM-3000 GPS-ontvanger, AUM-3100 GPS-antenne en AUM-6000 Audio-eenheid. Het diagnosemenu moet worden geactiveerd zoals hieronder beschreven worden om de storingscodes te kunnen lezen, om andere tests uit te voeren en instellingen te veranderen.
Diagnosemenu
Om het diagnosemenu te activeren:
-Zorg ervoor dat de radiocode en een wegenkaart-CD in de audio-eenheid zitten
-Contact uit
-Contact aan. Wacht totdat de grafische afbeelding met de tekst "Volvo" wordt getoond
-Druk op <RTN>, gevolgd door <ENT>, dan <RTN>. Wacht ongeveer 5 seconden. Het diagnosemenu zou dan getoond moeten worden.
Opmerking! De tijd tussen het drukken op elke knop mag niet langer zijn dan 3 seconden (<RTN> maximaal 3 seconden <ENT> maximaal 3 seconden <RTN>). Probeer nogmaals als het diagnosemenu niet wordt getoond nadat alle knoppen zoals hierboven beschreven zijn ingedrukt.
Main Menu
De opties in het diagnosemenu zouden nu moeten worden getoond.
Opmerking! Alle teksten in het diagnosemenu zijn in het Engels.
Gebruik de navigator op het voorpaneel op de audio-eenheid om de gewenste opdracht te selecteren (het gemarkeerde veld) van het diagnosemenu (1-6). Druk dan op <ENT>om de selectie te bevestigen.
Opmerking! Om opdracht 4. Adjust en 5. System te activeren, vereisen bepaalde Audio HU1205-eenheden dat er binnen 1 seconde in de volgende volgorde op de knoppen wordt gedrukt <RTN> gevolgd door <ENT>.
Het volgende wordt rechts boven in het diagnosemenu getoond:
-TB 0223 36: Toont de softwareversie in de audio-eenheid. De softwareversie kan tussen verschillende audio-eenheden variëren
-Automatische versnellingsbak: OK:Geeft aan dat de radiocode (Antidiefstal) juist ingevoerd is. Als "-" wordt getoond is de radiocode niet ingevoerd.
Diagnose-opdrachten:
1.Display, om het display te controleren, zie 1. Display
2.Zelfdiagnose, de zelfdiagnose en de testfuncties starten en de GPS-informatie. Zie 2. Zelfdiagnose
3.RTI-Diag, lees en wis storingscodes, zie 3. RTI Diag
4.Stel af, om de huidige positie af te lezen en/of af te stellen. Zie 4. Stel bij
5.Systeem, voor het aflezen en/of aanpassen van de systeeminformatie. Zie 5. Systeem
6.End. Beëindigt de diagnose. Zie 6. End .
1. Display
Het volgende is beschikbaar van het Displaymenu:
*Color bar (kleurenbalk)
*Hatching (arcering)
*Gray scale (grijsschaal)
*Button of remo-con (afstandsbediening)
*Color screen (kleurenscherm).
1.1 Kleurenbalk
Kleurenbalken worden verticaal door het gehele display getoond. Druk op <ENT> om de functie te activeren. Druk op < RTN> om terug te keren naar het diagnosemenu. De getoonde kleuren zouden wit, geel, turquoise, paars, rood, blauw en zwart moeten zijn. Er zit een storing in de audio-eenheid als één van de kleuren anders is.
1.2 Arcering
Arcering wordt door het gehele display getoond. Druk op < ENT> om de functie te activeren. Druk op < RTN > om terug te keren naar het diagnosemenu. De lijnen moeten recht, scherp en gecentreerd zijn. Er zit een storing in de audio-eenheid als de lijnen niet recht, scherp of gecentreerd zijn.
1.3 Grijsschaal
Grijsbalken worden verticaal dor het gehele display getoond. Druk op <ENT> om de functie te activeren. Druk op < RTN> om terug te keren naar het diagnosemenu.
Het bereik van de grijsbalken moet van wit, naar lichtgrijs en donkergrijs en uiteindelijk naar zwart zijn. Er zit een storing in de audio-eenheid als de grijsbalken niet juist zijn.
1.4 Knop van afstandsbediening
De status van zowel de navigator, ENT- en RTN-knoppen op het voorpaneel van de audio-eenheid als van de (eventuele) afstandsbedieningsknoppen kan van hier gecontroleerd worden. Druk op <ENT> om de functie te activeren.
"UIT" wordt getoond tot de eigenlijke knop is ingedrukt. De status verandert dan naar "AAN". De status gaat terug naar "UIT" wanneer de knop wordt losgelaten. Als de status niet teruggaat naar "UIT" blijft de knop hangen, steken of er is een andere storing in de audio-eenheid of de (eventuele) afstandsbediening.
Druk twee keer op < RTN>om terug te keren naar het diagnosemenu.
1.5 Kleurenscherm
Toont één kleur tegelijk in het display. De volgorde waarin de kleuren worden getoond is zwart, rood, groen en blauw. Druk op < ENT > om de functie te activeren en de kleur te veranderen.
Druk op < RTN>om terug te keren naar het diagnosemenu. Er zit een storing in de audio-eenheid als de kleuren niet helder zijn of niet zijn zoals hierboven beschreven.
2. Zelfdiagnose
Het volgende is beschikbaar van het Zelfdiagnosemenu:
*Circuit check (circuitcontrole)
*GPS time setting (GPS-tijdsinstelling)
*Test tone (testtoon)
*GPS information (GPS-informatie).
2.1 Circuitcontrole
Start automatisch een interne en externe zelfdiagnose (lokaliseren van storingen) in de audio-eenheid.
Druk op <ENT> om de functie te activeren.
Voor parameter a-c:
(a)Toont het signaal rijsnelheid van het instrumentenpaneel. Moet "00000"tonen wanneer de auto stilstaat. De waarde moet dan toenemen en afnemen al naar gelang de snelheid. Er zit een storing in het signaal van het instrumentenpaneel of een storing in de audio-eenheid als 00000 niet wordt getoond wanneer de auto stilstaat, of als de waarde niet toe- of afneemt met de rijsnelheid.
(b) Toont het gyrosignaal van de geïntegreerde giersensor (neemt de zijwaartse beweging van de auto waar). De waarde moet tussen 490-520 liggen wanneer de auto stilstaat. De waarde moet veranderen wanneer de auto een richting uit draait tijdens de proefrit. Er zit een storing in de audio-eenheid als de waarde niet verandert.
(c) Toont de status van het signaal van de schakelaar voor het achteruitrijlicht. Wanneer de motor draait en de achteruitversnelling is niet geselecteerd, moet de status worden getoond als: "Not R" (Niet Achteruit). Wanneer de motor draait en de achteruitversnelling is geselecteerd, moet de status worden getoond als: "R" (achteruit). Er zit een storing in het achteruitrijlichtcircuit of een storing in de audio-eenheid als dit niet het geval is.
Voor parameters d-h:
"OK" wordt getoond als de zelfdiagnose geen storingen waarneemt in de eenheden (d-h). "NG" (Niet Goed) wordt getoond voor de betreffende eenheid als een storing wordt waargenomen. (d-h). Dit betekent dat er zich een storing in de audio-eenheid bevindt.
Opmerking! Als "NG" (Niet Goed) getoonde parameter voor (f) is, dan zit er een storing in het circuit voor de GPS-antenne. De storing kan zich ook in de audio-eenheid bevinden. Druk op < RTN>om terug te keren naar het diagnosemenu.
Als er geen wegenkaart-CD (GPS-informatie) in de CD-speler zit, verschijnt "-" in het display voor de CD-drive. Een wegenkaart-CD moet zich in de CD-speler bevinden om diagnoses op de CD-drive uit te voeren.
2.2 GPS-tijdsinstelling
Toont de huidige datum en tijd. De datum en tijd worden automatisch afgesteld wanneer er communicatie met tenminste 3 GPS-satellieten is.
De datum en tijd kunnen ook handmatig worden veranderd.
Druk op <ENT> om de functie te activeren.
Bij het aanpassen van de instelling, gebruik de rechter en linker pijltjes op de navigator om naar de juiste cijfers te gaan. Gebruik de pijl omhoog of omlaag om de tijd te selecteren.
Druk op < RTN>om de instellingen te bevestigen en terug te keren naar het diagnosemenu.
Opmerking! De instelling wordt automatisch afgesteld wanneer er communicatie met tenminste 3 GPS-satellieten is.
2.3 Testtoon
Het spraakberichtenkanaal kan hier worden getest.
Druk op <ENT> om de functie te activeren. Gebruik de navigator om de gewenste lichtsterkte te selecteren, tussen 1 en 5. Druk dan op < ENT> na het selecteren van de lichtsterkte. Er zou dan een kort geluidssignaal uit de luidspreker moeten komen.
Druk op < RTN>om terug te keren naar het diagnosemenu.
Er zit een storing in het luidsprekercircuit in de audio-eenheid als er geen geluid is.

2.4 GPS-informatie
Levert gegevens over de huidige positie van de auto, en geeft informatie over het aantal GPS-satellieten waarmee de audio-eenheid op het moment in verbinding staat (elke seconde geüpdatet) en andere GPS-informatie.
Druk op <ENT> om de functie te activeren. Gebruik de navigator om het display door te lopen.
-N: Noord
-007F1920: Toont een hexadecimale waarde die de werkelijke hoogte weergeeft. De audio-eenheid gebruikt deze waarde bij het berekenen van de positie
-34°44'00": Toont de huidige breedte.
-E: Oost
-036F552B: Toont een hexadecimale waarde die de werkelijke breedte weergeeft. De audio-eenheid gebruikt deze waarde bij het berekenen van de positie
-135°21'00": Toont de huidige lengte.
Tijd: Toont een hexadecimale waarde die de huidige tijd en datum weergeeft. De audio-eenheid gebruikt deze waarde bij het berekenen van de positie.
Naam: Toont een hexadecimale waarde die de naam van die GPS-satellieten weergeeft die de audio-eenheid gebruikt om de positie te berekenen.
Num: Gebruikt een hexadecimale waarde die een bepaald aantal GPS-satellieten weergeeft. De audio-eenheid gebruikt deze waarde bij het berekenen van de positie.
PDOP: Toont een hexadecimale waarde die de berekeningswaarde weergeeft. De audio-eenheid gebruikt deze waarde bij het berekenen van de positie.
Hoogte: Toont de berekende hoogte in meters naar een bepaalde GPS-satelliet. Deze waarde wordt door de audio-eenheid gebruikt om de positie te berekenen.
Status: Toont een hexadecimale waarde die statusinformatie weergeeft. De audio-eenheid gebruikt deze waarde bij het berekenen van de positie.
1-8: Toont het aantal GPS-satellieten waarmee de audio-eenheid in contact kan staan. Het getoonde nummer OK´n geeft het aantal GPS-satellieten aan waarmee de audio-eenheid momenteel in contact staat (de afbeelding toont dat de audio-eenheid in contact staat met slechts twee GPS-satellieten). Druk op < RTN> om terug te keren naar het diagnosemenu.
Opmerking! Dit vereist dat de audio-eenheid in contact staat met tenminste drie verschillende GPS-satellieten om de juiste positie te kunnen berekenen en op de kaart te tonen.
De audio-eenheid kan in contact staan met maximaal 8 verschillende GPS-satellieten.

3. RTI Diag
Geeft informatie of een storingscode is opgeslagen in de audio-eenheid. Druk op <ENT> om de functie te activeren. Als er een storingscode is, wordt het nummer en de name van de storingscode getoond. Er wordt niets getoond als er geen storingscode is.
Druk op <ENT> om storingscodes te wissen of <RTN> om terug te keren naar het diagnosemenu.
Opmerking! Er wordt alleen gevraagd of u de storingscodes wilt wissen als er storingscodes zijn opgeslagen.
Gebruik de navigator om te selecteren of de storingscodes wel of niet gewist moeten worden. Druk dan op <ENT>om de selectie te bevestigen. Druk op < RTN> om terug te keren naar het diagnosemenu.
4. Stel bij
Het volgende is beschikbaar van het Aanpassingsmenu:
*In a city (in een stad)
*Stored locations (opgeslagen locaties)
*Lat. &Lon. (breedte &lengte.
Opmerking! Verlaat bij het selecteren van "In a city" of "Stored locations" het diagnosemenu en ga naar de standaardmenu's in het navigatiesysteem. Zie de gebruikershandleiding voor meer informatie over deze opties. Het is dan niet mogelijk om terug te gaan naar het diagnosemenu.
"Stored locations" kan alleen worden geselecteerd als eerder een bestemming is opgeslagen.
4,3 Breedte &Lengte
Toont de breedte en lengte van de huidige locatie.
Druk op <ENT> om de functie te activeren. De breedte en lengte worden automatisch afgesteld wanneer er een GPS-signaal wordt ontvangen.
Deze instellingen kunnen handmatig worden aangepast. Gebruik de rechter en linker pijltjes op de navigator om naar de juiste cijfers te gaan. Gebruik de pijl omhoog of omlaag om de locatie te selecteren. Druk op < ENT> > om de wijziging te bevestigen en de diagnosefuncties af te sluiten.
Druk op < RTN> > om terug te keren naar het Adjust-submenu.
Opmerking! De instelling wordt automatisch afgesteld wanneer er communicatie met tenminste 3 GPS-satellieten is.
5. Systeem

Toont de status van de veiligheidsinstellingen (of de navigatie-instellingen wel of niet kunnen worden aangepast wanneer de auto rijdt).
Druk op <RTN> gevolgd door <ENT> binnen één seconde om de functie te activeren.
Uit veiligheidsoverwegingen is de standaardinstelling van de fabriek "AAN". Dit voorkomt dat er tijdens het rijden bepaalde navigatie-instellingen aangepast worden. Deze status kan worden veranderd in "UIT". In deze status kunnen de navigatie-instellingen "altijd" worden aangepast.
Gebruik de navigator om de instelling te selecteren. Druk dan op <ENT>om de selectie te bevestigen en terug te keren naar het diagnosemenu. Om andere wijzigingen aan te brengen druk op < RTN> om terug te keren naar het diagnosemenu.
Opmerking! Wanneer de instelling Operation restriction "ON" is dan bepaalt de status van het signaal van het achteruitrijlicht of de navigatie-instellingen aangepast kunnen worden of niet. Om alle navigatie-instellingen te kunnen aanpassen moet de status in 2.1 Circuit check parameter c "R' (achteruit) tonen.
6. End
Sluit de audio-eenheid af / schakel de audio-eenheid uit.
Druk op <ENT> om de functie te activeren.

UserID25761

Dank, ga het eens proberen  :)